Hieronder vind je de blogs van Petra. De nieuwste blogs staan bovenaan. Wil je dus nog een keer alle blogs in de juiste volgorde nalezen, begin dan onderaan.
Nog nooit heb ik tijdens een hardloopwedstrijd zo veel mensen in de berm zien zitten of liggen als afgelopen zondag. Mensen die er allemaal veel geschikter uitzagen dan ik: lange benen, slanke lijven, gemaakt voor het hardlopen. Dit in tegenstelling tot mijn eigen te korte benen en overtollige kilo’s die ik tien kilometer lang door de brandende zon moest zien te loodsen. Ik schrok ervan. Wat was er aan de hand? Het was duidelijk dat het erg warm was, daar was ook al van tevoren voor gewaarschuwd. Hadden deze vrouwen zichzelf dan zo overschat? Of voelden ze het ineens toeslaan en was het toen al te laat? Ik was allang niet meer gefocust op mijn eigen eindtijd, want dat ik de geplande zestig minuten niet zou halen, was na twee kilometer al duidelijk. Toen ik al deze vrouwen zag die geveld waren door de hitte, besloot ik het helemaal los te laten. Ik sjokte wat en slofte wat, maar ik bleef in beweging, zelfs toen ik op een gegeven moment de koude rillingen over mijn lijf voelde lopen. Aangemoedigd door de andere loopsters en door de supporters langs de kant van de weg maakte ik samen met het merendeel van de deelnemers de 10 kilometer af. Het maakte niet uit met welke eindtijd. Het maakte niet uit hoe rood onze hoofden waren. Het maakte niet uit dat we na afloop alleen maar konden denken: water! nu! Wat telt is dat we de zwaarste loop in tijden hebben voltooid, ondanks alles. Daar mogen we trots op zijn.
Een van de fijnste dingen aan een hardloopwedstrijd vind ik de verzorgingsposten onderweg. Even een bekertje water naar binnen gooien (dit vergt wel wat oefening en gaat nog steeds niet altijd vlekkeloos) en de ergste uitdroging is verholpen. Je moet overigens niet de fout maken om per ongeluk een bekertje sportdrank aan te pakken, zoals bij sommige wedstrijden wordt uitgedeeld: kleefzooi gegarandeerd. En het smaakt nog ranzig ook.
Afijn, verzorgingsposten dus. Het grootste gemis langs de kant van de normale weg. Hoe vaak ik niet heb gedacht: ik neem wat kleingeld mee zodat ik bij de supermarkt halverwege mijn ronde een flesje water kan kopen. Maar met het zweet van een halfuur rennen de supermarkt binnenstappen, dat wil ik mijn medemens toch ook niet aandoen.
Dus heb ik vorige week een hardloopriem gekocht. Je weet wel, zo’n kek ding met van die kleine waterflesjes eraan. Ik had al een riem met een bidon van een halve liter, maar dat ding hotst alle kanten op tijdens het lopen – zeer onhandig. Mijn hoop was dat de kleine flesjes beter op hun plek zouden blijven zitten. En dat doen ze, zeer zeker. Alleen blijft de riem niet zo netjes op z’n plek: die schuift telkens van mijn heupen af omhoog. Niet onoverkomelijk, wel licht irritant.
Er is eigenlijk maar één goed alternatief voor de verzorgingsposten. Soms, héél soms, weet ik mijn vriend zover te krijgen dat hij op de fiets meegaat als ik een hardloopronde maak. Hij noemt zichzelf dan ‘support vehicle’, ik noem hem in zo’n geval graag de mobiele verzorgingspost: een fietstas met meer dan genoeg ruimte voor een literfles water, zodat ik op elk gewenst moment mijn uitdroging kan tegengaan. Zo’n mobiele verzorgingpost zou elke loper moeten hebben.
Ik liep zonder dat ik het precies doorhad alweer drie jaar op dezelfde hardloopschoenen. Ze waren perfect ingelopen: helemaal gevormd naar mijn voeten, bekend met alle wegen en paadjes in de omgeving, gewoon heerlijk. Maar ze waren ook oud en begonnen te slijten. Of nou ja, begonnen: ze waren al een behoorlijk eind heen. Toch stelde ik het vervangen telkens uit, omdat niets zo lekker loopt als goed ingelopen schoenen. Dacht ik. Ik heb sinds vorige week een nieuw paar schoenen en daar heb ik nu net twee keer op gelopen, maar man, wat loopt dát lekker. Het is een verschil als dag en nacht: terwijl ik op mijn oude schoenen bijna het wegdek raakte en totaal geen demping, vering of andersoortige ondersteuning meer ondervond, is het met mijn nieuwe schoenen alsof ik zweef. Bij elke stap krijg ik een zetje vooruit. Het is alsof ik op wolkjes loop, op springveren haast. Vlak voordat ik ze kocht was het nog mijn idee om de Marikenloop, die immers al over anderhalve week is, op mijn oude schoenen te lopen. Mijn hardloopmaatjes sinds jaar en dag zouden mij niet in de steek laten en ik hen ook niet. Nu ben ik echter verliefd op een nieuw paar schoenen. Geen haar op mijn hoofd die er nog aan denkt om de Marikenloop te doen op afgetrapte hardloopschoenen. Ik verschijn aan de start met mijn flitsende, glimmende, nieuwe schoenen. Zeker weten!
Zoals de meeste lopers ben ik ooit begonnen met lopen met Evy Gruyaert in mijn oren. Zij coachte me door de moeilijke eerste kilometers heen, pepte me op wanneer het nodig was en gaf me mijn welverdiende wandelpauze als ik eraan toe was. Na die start ben ik het lopen met muziek op nooit verleerd. Nog steeds heb ik het liefst mijn mp3-speler bij me – of eigenlijk gewoon mijn telefoon met muziek erop – als ik ga hardlopen.
Dat blijkt ook hartstikke goed voor je te zijn. Door te lopen op muziek houd je het 15 procent langer vol en het zorgt ervoor dat je meer plezier hebt in je workout. Heel herkenbaar: soms loop ik neuriënd over straat en als er een goed stevig nummer in mijn oren klinkt, helpt dat om net een tandje harder te gaan.
Maar de grote vraag blijft: wat moet ik erop zetten? Elke zoveel weken ben ik mijn playlist weer helemaal beu. Dan weet ik precies wat er komt en kan ik alles bekant meezingen – wat ook weer niet zo handig is tijdens het lopen. Dus dan gooi ik mijn sd-kaart weer leeg en moet er iets nieuws op komen. Het was altijd een hele toer om dan de juiste muziek te vinden, maar nu heb ik de perfecte bron gevonden: soundcloud.com. Op deze site kun je zoeken op een artiest of titel van een nummer dat je geweldig vindt, maar door de optie ‘long duration’ (te vinden onder ‘advanced’) aan te vinken, vind je remixes van met gemak 15 minuten. Ik zit nooit meer zonder verse hardloopmuziek. Ideaal!
De beste ideeën komen bij mij op een van de drie volgende momenten: tijdens het douchen, als ik bijna in slaap val óf tijdens het lopen. Allemaal van die momenten waarop ik nou net geen opschrijfboekje bij de hand heb. Ik heb mezelf inmiddels wel aangeleerd om altijd een boekje naast mijn bed te leggen en onder de douche repeteer ik het idee net zolang tot ik droog en wel in de woonkamer sta om de geniale ingeving of urgente boodschap neer te pennen voor een ander moment.
Prima oplossingen dus voor de eerste twee situaties. Maar hoe zit dat met het hardlopen? Ik ga niet op pad met een opschrijfboekje en pen op zak. Los van dat het onhandig is om te rennen met allemaal spullen op je lijf, vind ik het geen pas geven om mijn training continu te onderbreken om dingen op te schrijven. Anders zou ik er mijn mobiel namelijk ook nog wel voor kunnen gebruiken, die ik vaak in mijn zak heb zitten omdat ik ’m tijdens het lopen gebruik als mp3-speler.
Hierover denkend tijdens – hoe kan het ook anders – het hardlopen kwam ik tot de conclusie dat ik de dingen die in mijn hoofd opkomen helemaal niet wíl noteren. Als ik loop wil ik het liefst zo gedachteloos mogelijk zijn, en door de dingen die in mijn hoofd opkomen op te schrijven of te blijven repeteren, geef ik ze meer ruimte dan ze verdienen. Ik denk de hele dag, de hele week al zo veel. Die enkele keer dat ik een uurtje neem om fysiek bezig te zijn, mag mijn hoofd wat mij betreft leeglopen. Laat al die geniale ingevingen maar in het luchtledige hangen, al die prioriteiten voor wat ze zijn. Als het echt belangrijk is komt het wel terug. En zo niet, dan ben ik blij ervan af te zijn. Zo is na dat uur mijn hoofd een stuk lichter en mijn agenda geen letter voller.
Ik heb iets ontdekt. Waarschijnlijk is dit allang algemeen bekend, maar hé, ik ben er zo van onder de indruk dat ik het toch moet delen. Afgelopen vrijdag mocht ik namelijk als lid van het Viva-team meedoen aan een hardloopclinic met Annamarie Thomas. Om zeven uur stond ik in tenue bij het Amsterdamse Bos, klaar voor een avondje flink zweten.
Voordat ik verder ga is het belangrijk om te weten hoe ik normaal loop. Dat is vrij simpel: ik begin op een tempo dat goed aanvoelt – meestal niet al te hard – en loop dan een variabel aantal kilometers in precies dat tempo. Een prima tactiek waarmee ik calorieën verbrand en mijn conditie op peil houd, maar ik word er niet veel sneller van.
Vrijdag ging dat onder begeleiding van Annamarie Thomas totaal anders. Na een kort loopje was het tijd voor een fartlek, afwisselend tussen zo hard mogelijk lopen en langzaam joggen om op adem te komen. Resultaat is dat ik tien minuten lang harder heb gelopen dan ik ooit eerder in een training heb gedaan. (Oké, ook tien minuten langzamer dan ik ooit eerder heb gedaan behalve als ik wandelde, maar dat hoort erbij.) En daarna wist ik er ook nog een paar keiharde sprints uit te persen. Hoe bestaat het! Nou, dat is het geheim: door te focussen op trainen in plaats van simpelweg een stuk te lopen, zet je jezelf op een heel andere manier aan het werk. Afwisseling van snelheid en oefeningen is dus nu mijn nieuwe tactiek. Ik moet gauw een stopwatch aanschaffen en een mooi rondje vinden waarop ik dit kan doen. Misschien lukt het me dan eindelijk om de vaart erin te krijgen.
Ik vind hardlopen geweldig. Echt waar. Het geeft me het gevoel dat ik vrij, fit en gezond ben. Toch vertoon ik, als het erop aankomt, ernstige vormen van hardloopontwijkend gedrag. De tijden waarin ik me schuldig maakte aan ‘soggen’ liggen ver achter me (net zo ver als mijn studie), maar het ‘hoggen’ is daar haast één op één voor in de plaats gekomen. Elk excuus grijp ik aan om niet te hoeven lopen. Het makkelijkste is het weer. Als het regent, als het te koud is of juist te warm, als het donker is: er zijn duizend weergerelateerde redenen om de hardloopschoenen in de kast te laten staan.
Maar als het niet regent, precies het juiste weer is en gewoon licht, zijn er nog genoeg dingen te bedenken. Omdat ik te vol zit – iedereen weet dat het niet lekker loopt met een maaltijd in je maag. Omdat ik het te druk heb – met mijn grote verantwoordelijkheidsgevoel mis ik liever een training dan een deadline. Omdat mijn vriend op het laatste moment met een ander plan komt. Omdat mijn bed nog zo lekker warm is. Omdat…
Omdat ik gewoon een watje ben, daarom. Want diep vanbinnen weet ik het best: een beetje regen onderweg is alleen maar lekker, mijn maaltijden kan ik afstemmen op het hardlopen, een halfuurtje rennen brengt mijn deadlines heus niet in gevaar, mijn vriend kan ook best een uur wachten en van hardlopen krijg ik het minstens net zo warm. Daarbij levert het me altijd meer energie op dan ik erin stop. Kan niet mooier, toch?
Gelukkig heb ik het ideale middel gevonden om mezelf de benodigde schop onder de kont te geven: een deadline. Op 20 mei moet ik 10 kilometer lopen, en als het even kan binnen een fraaie tijd. Dat ga ik nooit halen als ik blijf hoggen. Dus ben ik alweer een paar weken heel goed bezig, met twee trainingen per week. Niet hoggen, lekker joggen!